ECLI:NL:PHR:2010:BN6119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toelaatbaarheid en bewijswaarde van brandonderzoek door door verzekeraar ingeschakelde deskundige
De zaak betreft een geschil tussen Leerfashion, een kledingzaak en haar vennoten, en hun brandverzekeraar Zevenwouden over de oorzaak van een brand en de uitkering van een voorschot op de schadevergoeding.
Na de brand in maart 2008 werden door beide partijen experts benoemd om de schade en oorzaak vast te stellen. Zevenwouden schakelde naast haar expert ook een technisch onderzoeksbureau in, dat concludeerde dat de brand vrijwel zeker door brandstichting was veroorzaakt en dat de laatst aanwezige vennoot mogelijk betrokken was. De experts van Leerfashion concludeerden daarentegen dat de brand het gevolg was van een menselijke fout met een technische oorzaak.
Leerfashion betwistte de rechtmatigheid van het onderzoek door het technisch bureau, stellende dat het onderzoek strafvorderlijk van aard was en onrechtmatig verkregen bewijs opleverde. Zowel de voorzieningenrechter als het gerechtshof verwierpen deze stellingen en oordeelden dat het onderzoek civielrechtelijk was en het rapport in de procedure mocht worden betrokken. Tevens werd geoordeeld dat het kort geding zich niet leende voor nader onderzoek naar de oorzaak van de brand en dat het risico van restitutie bij een voorschotbetaling een rol speelt.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen, wijst de klachten van Leerfashion af en stelt dat de verzekeraar niet verplicht is een bodemprocedure te starten om haar standpunt te bewijzen. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het rapport van het door de verzekeraar ingeschakelde onderzoeksbureau in de civiele procedure mag worden betrokken.