ECLI:NL:PHR:2010:BN6127
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van conservatoir beslag ondanks niet-nakomen betekening aan vennootschap
In deze zaak staat de rechtsgeldigheid van conservatoir beslag op aandelen centraal, waarbij het geschil zich richt op de gevolgen van het niet-nakomen van de betekeningverplichting aan de vennootschap volgens art. 715 lid 2 Rv Pro. De bewindvoerder van het vermogen van een betrokkene legde beslag op aandelen van verzoeker, die tevens statutair bestuurder was van de vennootschap. Hoewel de dagvaarding niet aan de vennootschap zelf werd betekend, werd deze wel aan verzoeker en zijn echtgenote betekend.
De rechtbank wees het verzoek van de bewindvoerder af vanwege het niet voldoen aan de betekeningverplichting, waardoor het beslag nietig zou zijn. Het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat het niet overbetekenen aan de vennootschap niet leidt tot nietigheid van het beslag, omdat de vennootschap geacht moet worden tijdig bekend te zijn met de eis via de betekening aan haar statutair bestuurder.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en stelt dat art. 715 lid 2 Rv Pro geen sanctie van nietigheid verbindt aan het niet-nakomen van de betekening aan de vennootschap. De motieven van het hof worden als juist beoordeeld, en de klachten van verzoeker en derde-belanghebbende worden verworpen. Ook de proceskostenveroordeling wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het conservatoir beslag blijft rechtsgeldig ondanks het niet overbetekenen aan de vennootschap.