ECLI:NL:PHR:2010:BN6253
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg polisvoorwaarden en vergoeding sloop- en opruimingskosten na brandschade
In de zaak ging het om een brand in een opslagschuur van eiser in 1996, verzekerd bij Delta Lloyd. De polisvoorwaarden bepaalden dat schadevergoeding op basis van herbouwwaarde alleen geldt bij herbouw op dezelfde plaats en binnen 12 maanden schriftelijke melding daarvan. De gemeente kondigde onteigening aan, waardoor herbouw op dezelfde plaats niet plaatsvond.
Eiser vorderde vergoeding op basis van herbouwwaarde en kosten voor sloop en opruiming van de afgebrande schuur. De rechtbank wees de vordering af behalve voor sloop- en opruimingskosten, die Delta Lloyd moest vergoeden. Het hof vernietigde dit oordeel en wees de vordering af wegens gebrek aan belang bij sloop en opruiming.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de polisvoorwaarden als uitgangspunt nam en dat de regeling in de polis geen vervalbeding is. Ook oordeelde de Hoge Raad dat eiser onvoldoende belang had aangetoond voor vergoeding van sloop- en opruimingskosten, maar dat het hof dit onvoldoende had gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de sloop- en opruimingskosten betreft.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de vergoeding van sloop- en opruimingskosten betreft en bevestigt dat geen vergoeding op basis van herbouwwaarde verschuldigd is.