ECLI:NL:PHR:2010:BN6388
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omgangsregeling tussen vader en minderjarig kind ondanks psychologisch rapport
De zaak betreft een cassatieberoep van de moeder tegen een door het gerechtshof Amsterdam vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en het minderjarige kind van partijen. De moeder betoogde dat het hof onjuist heeft geoordeeld en onvoldoende rekening heeft gehouden met de risico's voor het kind zoals aangegeven door een klinisch psycholoog.
Het hof had overwogen dat de omgang tussen vader en kind in het verleden goed verliep, dat het in het belang van het kind is te weten wie haar vader is, en dat het onthouden van contact kan leiden tot een loyaliteitsconflict. Tevens waren er geen contra-indicaties dat de vader zijn rol niet naar behoren vervult. De psycholoog had wel risico's genoemd maar geen negatief advies gegeven.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel onvoldoende concrete klachten bevat die zelfstandige behandeling rechtvaardigen. Het hof heeft de bevindingen van de psycholoog en de standpunten van de Raad zorgvuldig overwogen en gemotiveerd besloten dat omgang niet onwenselijk is. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid oproepen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de omgangsregeling tussen vader en kind blijft ongewijzigd.