ECLI:NL:PHR:2010:BN6397

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01801
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen belang bij cassatieberoep na verstrijken machtiging tot plaatsing minderjarige in pleeggezin

In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op verzoek van Bureau Jeugdzorg (BJZ) bij beschikking van 26 juni 2009 de duur van de machtiging tot plaatsing van het minderjarige kind van de moeder in een pleeggezin verlengd tot 5 juli 2010. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking, maar het gerechtshof 's-Gravenhage bekrachtigde op 3 februari 2010 de beslissing van de rechtbank. Vervolgens stelde de moeder tijdig beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

BJZ heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend. De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat nu de geldigheidsduur van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing op 5 juli 2010 is verstreken, de moeder geen belang meer heeft bij haar cassatieberoep. Dit betekent dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is en dient te worden verworpen.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het cassatieberoep af vanwege het ontbreken van een actueel belang. Hiermee is de procedure beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. Deze uitspraak bevestigt dat het belang bij cassatieberoep kan vervallen door het verstrijken van de termijn waarvoor een machtiging is verleend.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van belang na het verstrijken van de machtiging.

Conclusie

10/01801
Mr. E.B. Rank-Berenschot
Parket, 17 augustus 2010
CONCLUSIE inzake:
[De moeder],
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt,
tegen:
de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,
verweerster in cassatie,
niet verschenen.
1. Op verzoek van verweerster in cassatie, hierna: BJZ, heeft de rechtbank Rotterdam bij beschikking van 26 juni 2009 - voor zover in cassatie van belang - de duur van de machtiging tot plaatsing van het minderjarige kind van verzoekster tot cassatie, hierna: de moeder, in een pleeggezin, verlengd tot 5 juli 2010. Bij beschikking van 3 februari 2010 heeft het gerechtshof 's-Gravenhage op het hoger beroep van de moeder de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder tijdig beroep in cassatie ingesteld.
2. BJZ heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.
3. Nu de geldigheidsduur van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing op 5 juli 2010 is verstreken, heeft de moeder geen belang bij haar cassatieberoep. De conclusie strekt mitsdien tot verwerping van het cassatieberoep.(1)
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
A-G
1 Vgl. HR 9 juli 2010, LJN BM2337, RvdW 2010, 835, rov. 4.1.2.