ECLI:NL:PHR:2010:BN7054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omgangsregeling ondanks verzet moeder in belang van kind
De moeder stelde cassatieberoep in tegen een door het hof vastgestelde omgangsregeling waarbij de vader het kind bij de moeder haalt en terugbrengt. Het hof had geconcludeerd dat hulpverlening aan de moeder geen positieve verandering in haar houding jegens de vader had gebracht, terwijl de vader zich positief had ontwikkeld en bereid was de onderlinge strijd te verminderen.
Het hof vond geen gronden om geen omgangsregeling vast te stellen en oordeelde dat het belang van het kind het beste gediend werd met contact tussen het kind en zijn vader. De moeder klaagde onder meer dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met aangepast gedrag van de vader en een eerder rapport van de Raad voor de Kinderbescherming.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof hieraan uitdrukkelijk aandacht had besteed en dat het hof zich bewust was van het conflict tussen de ouders en de angsten van de moeder. Het hof had de ouders aangespoord zich in het belang van het kind in te zetten voor contact. De Hoge Raad vond de uitspraak niet onjuist of onbegrijpelijk en bevestigde dat de omgangsregeling in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen omtrent ouderlijk gezag en omgangsrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de omgangsregeling wordt bevestigd.