ECLI:NL:PHR:2010:BN7105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid architect voor technische bouwgebreken en schadeverdeling met opdrachtgever
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een architect centraal die was belast met de directievoering en het toezicht op de bouw van een horecagelegenheid met bovenwoningen. Het hof had vastgesteld dat de architect tekort was geschoten in zijn toezichtplicht, met name ten aanzien van afwijkingen van het akoestisch adviesrapport en het niet correct aanbrengen van dilatatievoegen. Deze tekortkomingen leidden tot technische problemen en schade.
Het hof had de schadeverdeling vastgesteld op 40% voor de architect en 60% voor de opdrachtgever voor de geluidsisolatieproblemen, en 50% voor beide partijen voor de dilatatievoegen, mede vanwege het feit dat de opdrachtgever herstel door de aannemer had belemmerd door niet te betalen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht artikel 6:101 BW Pro had toegepast om de schadeverdeling te bepalen, en dat de aansprakelijkheid van de architect en het causaal verband met de schade vaststonden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de gedragingen van de opdrachtgever niet het causaal verband tussen tekortkoming van de architect en de schade verbraken. De verdeling van de schade was niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Hiermee werd de aansprakelijkheid van de architect bevestigd, met een gedeeltelijke toerekening van schade aan de opdrachtgever wegens eigen schuld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de architect met een gedeeltelijke schadeverdeling ten gunste van de opdrachtgever.