ECLI:NL:PHR:2010:BN7726

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05142
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 308 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling schuld bij aanmerkelijk onvoorzichtig handelen met zwaar lichamelijk letsel

In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld wegens aanmerkelijk onvoorzichtig handelen volgens art. 308 Sr Pro, resulterend in zwaar lichamelijk letsel bij een collega. Het incident vond plaats op 10 november 2006 tijdens een lunch in de bedrijfskantine, waarbij verdachte op een tafel sprong en daarbij het hoofd van het slachtoffer raakte.

De Hoge Raad heeft in cassatie onderzocht of uit het geheel van gedragingen en omstandigheden de schuld van verdachte aan het letsel kan worden afgeleid. De Raad benadrukt dat het enkele feit dat verdachte op de tafel sprong en weer afsprong niet zonder meer kan leiden tot de conclusie van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. De bewezenverklaring is volgens de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel faalt en het cassatieberoep moet worden verworpen. Er is geen aanleiding om het vonnis ambtshalve te vernietigen. Hiermee blijft de veroordeling in stand, maar de Hoge Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij schuldvaststelling op grond van art. 308 Sr Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling wegens aanmerkelijk onvoorzichtig handelen blijft in stand.

Conclusie

Nr. 08/05142
Mr. Knigge
Zitting: 14 september 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Op 20 november 2008 heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Dordrecht van 4 december 2007, waarbij de verdachte is veroordeeld - onder aanvulling van gronden - bevestigd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat het Hof in navolging van de politierechter is uitgegaan van een verkeerde rechtsopvatting omtrent het in de tenlastelegging voorkomende en aan art. 308 Sr Pro ontleende begrip "schuld", althans dat het Hof de bewezenverklaring op dit punt ontoereikend heeft gemotiveerd.
5. Volgens het Hof is het aan verdachte's schuld te wijten dat een van zijn collega's, te weten: [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. Uit de door (de politierechter en) het Hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 10 november 2006 samen met een aantal collega's, waaronder [slachtoffer], die tegenover hem zat, lunchte in de bedrijfskantine van zijn werk; dat verdachte tijdens die lunch op de tafel is gesprongen; dat hij er meteen weer - aan de andere kant van de tafel - vanaf is gesprongen; dat verdachte daarbij het hoofd van [slachtoffer] heeft geraakt; dat [slachtoffer] direct nadat verdachte van de tafel was afgesprongen een rode vlek op zijn gezicht had en dat later die dag in het ziekenhuis is geconstateerd dat [slachtoffer] ernstig letsel aan zijn gezicht had opgelopen. 's Hofs oordeel, dat verdachte aldus "aanmerkelijk onvoorzichtig" heeft gehandeld, zoals bewezen is verklaard, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip "schuld" in de zin van art. 308 Sr Pro(1) en is evenmin onbegrijpelijk.
6. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering.
7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Zie m.b.t het begrip "schuld" in de zin van art. 308 Sr Pro recent nog: HR 29 juni 2010, LJN: BL5630.