ECLI:NL:PHR:2010:BN7726
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schuld bij aanmerkelijk onvoorzichtig handelen met zwaar lichamelijk letsel
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld wegens aanmerkelijk onvoorzichtig handelen volgens art. 308 Sr Pro, resulterend in zwaar lichamelijk letsel bij een collega. Het incident vond plaats op 10 november 2006 tijdens een lunch in de bedrijfskantine, waarbij verdachte op een tafel sprong en daarbij het hoofd van het slachtoffer raakte.
De Hoge Raad heeft in cassatie onderzocht of uit het geheel van gedragingen en omstandigheden de schuld van verdachte aan het letsel kan worden afgeleid. De Raad benadrukt dat het enkele feit dat verdachte op de tafel sprong en weer afsprong niet zonder meer kan leiden tot de conclusie van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. De bewezenverklaring is volgens de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel faalt en het cassatieberoep moet worden verworpen. Er is geen aanleiding om het vonnis ambtshalve te vernietigen. Hiermee blijft de veroordeling in stand, maar de Hoge Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij schuldvaststelling op grond van art. 308 Sr Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling wegens aanmerkelijk onvoorzichtig handelen blijft in stand.