ECLI:NL:PHR:2010:BN7734
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid en faalt klacht over ontbreken rechtsbijstand bij politieverhoor
Verdachte is door het Hof Arnhem veroordeeld wegens medeplegen van schuldheling tot een geldboete van €500, subsidiair 10 dagen hechtenis. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld met twee middelen. Het eerste middel betrof de bevoegdheid van het Hof Arnhem om kennis te nemen van de zaak, waarbij werd aangevoerd dat de wettelijke basis voor de aanwijzing van Arnhem als nevenzittingsplaats ontbrak. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (HR 7 juli 2009) en verwerpt dit middel.
Het tweede middel klaagde over het ontbreken van rechtsbijstand tijdens het politieverhoor, met een beroep op de EHRM-uitspraak in de zaak Salduz. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze klacht niet voor het eerst in cassatie kan worden ingebracht en wijst ook dit middel af. De Hoge Raad ziet geen gronden om ambtshalve tot vernietiging van het arrest over te gaan.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad leidt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het arrest van het Hof Arnhem in stand blijft. De zaak bevestigt de jurisprudentie omtrent nevenzittingsplaatsen en de beperkingen van het cassatieberoep bij klachten over rechtsbijstand in het vooronderzoek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem blijft in stand.