ECLI:NL:PHR:2010:BN7753
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid enkelvoudige kamer bij hoger beroep tegen gevangenisstraf boven zes maanden
In deze zaak heeft de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, werd opgelegd. De advocaat-generaal stelde dat de zaak ten onrechte bij de enkelvoudige kamer was aangebracht, omdat artikel 411 lid 2 sub b Sv Pro bepaalt dat de enkelvoudige kamer alleen bevoegd is indien in eerste aanleg geen gevangenisstraf van meer dan zes maanden is opgelegd.
De Hoge Raad bespreekt de rechtsvraag of de zinsnede "ongeschikt voor behandeling en beslissing door de enkelvoudige kamer" in artikel 411 lid 3 Sv Pro ook het geval omvat dat in eerste aanleg een gevangenisstraf van meer dan zes maanden is opgelegd. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt dat indien niet aan de voorwaarden van artikel 411 lid 2 sub b Sv Pro is voldaan, de enkelvoudige kamer de zaak moet verwijzen naar de meervoudige kamer.
Daarnaast wordt besproken dat de onbevoegdverklaring van de enkelvoudige kamer een einduitspraak inhoudt die het cassatieberoep ontvankelijk maakt, ook al mist de verdachte mogelijk een direct belang bij het cassatieberoep. De Hoge Raad bevestigt dat de enkelvoudige kamer terecht onbevoegd is verklaard en verwierp het cassatieberoep.
De uitspraak benadrukt het belang van een scherp onderscheid tussen interne competentie en de bevoegdheid van het gerecht als zodanig, en bevestigt de systematiek die geldt voor de politierechter ook voor de enkelvoudige kamer in hoger beroep. Dit arrest draagt bij aan de rechtsontwikkeling en rechtseenheid omtrent de bevoegdheidsregels in strafzaken.
Uitkomst: De enkelvoudige kamer is niet bevoegd bij een gevangenisstraf boven zes maanden en de zaak moet naar de meervoudige kamer worden verwezen.