ECLI:NL:PHR:2010:BN8183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt partneralimentatieverplichting na echtscheiding ondanks discussie over verdiencapaciteit en vermogen
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de hoogte van de partneralimentatie. De rechtbank had een tijdelijke bijdrage van € 2.000 per maand vastgesteld, maar het gerechtshof Amsterdam verhoogde deze naar € 4.092 per maand met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De man stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof over de verdiencapaciteit van de vrouw en haar inkomen uit vermogen. Hij betoogde dat het hof het begrip 'zich in redelijkheid kan verwerven' verkeerd had uitgelegd en onvoldoende had gemotiveerd waarom de vrouw niet binnen afzienbare tijd in haar levensonderhoud kan voorzien.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de vrouw, gezien haar leeftijd en het feit dat zij nog haar opleiding tot coach moest afronden, niet binnen afzienbare tijd volledig in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. Ook de beoordeling van het vermogen van de vrouw en de berekening van de rente-inkomsten werden door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat de klachten onvoldoende feitelijke grondslag hadden en de feitenrechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van alimentatie. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de partneralimentatie van € 4.092 per maand blijft van kracht.