5.2. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat de inrichting van de werkvloer voldoet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen. Het hof overwoog daartoe als volgt in rov. 4.11.1 - 4.11.5.
Het betoog van [eiser] dat Philips reeds haar zorgplicht heeft geschonden omdat er sprake was van een levensgevaarlijke situatie nu het scannen en sorteren van pallets plaatsvond op hetzelfde moment dat in het magazijn reachtrucks rondrijden om pallets op te halen en in de stellingen te plaatsen, zulks mede gelet op het gewicht van de pallets (600 kilogram per stuk), faalt. Ook indien het scannen in een andere ruimte plaatsvindt, is het immers onvermijdelijk dat daar reachtrucks rondrijden, tenzij het scannen op een ander tijdstip plaatsvindt, omdat pallets alleen per reachtruck kunnen worden vervoerd. De door [eiser] gestelde werkwijze is volgens Philips niet reëel. Bij gebreke van een nadere onderbouwing door [eiser] van zijn (op zich vage) stelling bij pleidooi in hoger beroep dat navraag bij enkele grote distributiecentra bevestigt dat reachtrucks niet hoeven te rijden in dezelfde ruimte waar de "handling" plaatsvindt, is er geen plaats om [eiser] op dit punt tot bewijs toe te laten, nog daargelaten dat geen bewijsaanbod is gedaan.
Philips heeft onweersproken aangevoerd dat het Arbo Informatieblad AI-14 - de enige bestaande richtlijn voor de inrichting van bedrijfsruimten, uitgegeven door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - de door Philips gevolgde werkwijze niet verbiedt. Verder is niet weersproken dat Philips gecertificeerde veiligheidsdeskundigen in dienst heeft die eens in de één à twee maanden de werkvloer controleren, terwijl daarnaast leidinggevenden dagelijks rondlopen. Gesteld noch gebleken is dat deze controles ooit tot enige opmerking hebben geleid.
Philips heeft voorts onweersproken aangevoerd dat de plaatsen waar de pallets worden gescand zijn gemarkeerd met lijnen. De stelling dat de magazijnmedewerkers gewoonlijk binnen deze lijnen zitten, wordt ondersteund door de getuigenverklaring van [betrokkene 1], van de juistheid waarvan moet worden uitgegaan.
Verder staat vast dat de ruimte tussen de muur en de stelling ongeveer 3,5 meter breed is en dat een reachtruck ongeveer 1,75 meter breed is, waaruit naar het oordeel van het hof volgt dat er voldoende ruimte is om tussen de stellingen te manoeuvreren.
De stelling van [eiser] dat [betrokkene 1] werd omringd door dozen en pallets waardoor de doorgang voor [eiser] was geblokkeerd, betreft een nieuwe stelling die eerst bij pleidooi in hoger beroep naar voren is gebracht. Gelet op het late tijdstip waarop deze stelling is ingebracht, het feit dat [eiser] in eerste aanleg heeft afgezien van het leveren van tegenbewijs en het ontbreken van een bewijsaanbod in hoger beroep, dient ervan te worden uitgegaan dat de rijruimte niet beperkt was door dozen of pallets die op de grond lagen.
[Eiser] heeft nog aangevoerd dat in veel andere distributiecentra een vangrail is geplaatst. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt naar het oordeel van het hof niet in te zien dat het plaatsen van een vangrail het vallen van de pallet had kunnen voorkomen.