ECLI:NL:PHR:2010:BN8532
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping pensioenverweer en partneralimentatie bij echtscheiding
In deze zaak stond de vraag centraal of het pensioenverweer van de vrouw terecht werd verworpen en of tegelijkertijd met de echtscheiding over de nevenvoorzieningen had moeten worden beslist.
De rechtbank Amsterdam sprak op 9 september 2009 de echtscheiding uit en hield de behandeling van nevenverzoeken aan. Later bepaalde de rechtbank op verzoek van de vrouw de partneralimentatie op een bruto bedrag van €3.539 per maand. Het hof bekrachtigde de echtscheidingsbeschikking en vernietigde deels de beschikking over de partneralimentatie, waarbij het een hoger bedrag van €6.638 bruto per maand vaststelde.
De vrouw stelde dat het hof art. 1:153 lid 1 BW Pro had geschonden door het pensioenverweer te verwerpen en dat er een billijke voorziening had moeten worden getroffen. Het hof oordeelde echter dat het pensioenvoordeel van de vrouw niet verloren ging of werd verminderd, zodat geen voorziening nodig was. Ook wees het hof terecht het standpunt af dat gelijktijdig over echtscheiding en nevenvoorzieningen beslist had moeten worden.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep faalt en verwierp het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het pensioenverweer afgewezen.