ECLI:NL:PHR:2010:BO0090
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen voorbereiden en bevorderen handel in cocaïne en wapenbezit
De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het opzettelijk verkopen, afleveren en binnenbrengen van circa 25 kilo cocaïne in Nederland, gepleegd in de periode van 1 april tot 10 juli 2006. Tevens werd hij veroordeeld voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
De tenlastelegging en bewezenverklaring betroffen gedragingen rondom het voorbereiden en bevorderen van de drugshandel, waaronder het maken van afspraken voor ontvangst en afname van de cocaïne vanuit Zuid-Amerika. De Hoge Raad besprak de gevolgen van een wetswijziging per 1 juli 2006 die leidde tot een gewijzigde strafbepaling en kwalificatie van het feit.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht één feit bewezen verklaarde, ondanks de wetswijziging, en dat de kwalificatie verbeterd kon worden door te spreken van het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro. Verder verwierp de Hoge Raad bezwaren tegen het oordeel van het Hof dat de vermeende bedreiging door het slachtoffer niet aannemelijk was en dus niet meegewogen kon worden bij de strafmaat.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor het cassatieberoep was overschreden, waardoor de straf verminderd moest worden. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor wat betreft de kwalificatie en strafoplegging en verbeterde en matigde deze. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf met aangepaste kwalificatie en strafvermindering wegens termijnoverschrijding.