ECLI:NL:PHR:2010:BO0102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetting Duitse gevangenisstraf en onderzoeksplicht rechtbank
De Rechtbank Groningen verklaarde de tenuitvoerlegging van een Duitse gevangenisstraf toelaatbaar en legde een gevangenisstraf van 1471 dagen op, waarvan 365 dagen voorwaardelijk. Veroordeelde stelde cassatie in tegen het oordeel dat de rechtbank geen onderzoek hoefde te doen naar de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling in Duitsland na het uitzitten van de helft van de straf.
De Hoge Raad overwoog dat de verdediging in eerste aanleg geen beroep had gedaan op deze mogelijkheid, zodat de rechtbank niet gehouden was dit ambtshalve te onderzoeken. De Duitse strafrechtelijke positie kan afhankelijk zijn van omstandigheden die bij de executieovername nog onbekend zijn, waardoor de rechter zich moet baseren op waarschijnlijkheid.
De rechtbank had bovendien rekening gehouden met een schrijven van het Ministerie van Justitie van Noordrijn-Westfalen waarin werd aangegeven dat tweederde van de straf op 10 juli 2012 zou zijn uitgezeten en dat geen bezwaren bestonden tegen omzetting in een voorwaardelijke straf vanaf die datum.
De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep. Hiermee is bevestigd dat bij omzetting de strafrechtelijke positie van de veroordeelde niet mag worden verzwaard en dat de procedures van de Staat van tenuitvoerlegging leidend zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de rechtbank hoefde geen onderzoek te doen naar vervroegde invrijheidstelling in Duitsland.