ECLI:NL:PHR:2010:BO0187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks bezwaren ontvankelijkheid en bewijsgebruik
Deze zaak betreft het cassatieberoep tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag die het vaderschap van de man ten opzichte van het kind heeft bekrachtigd. De man betwistte onder meer de ontvankelijkheid van de bijzonder curator en de moeder, en voerde aan dat het DNA-bewijs onrechtmatig was verkregen omdat het voor een ander doel was afgenomen.
De Hoge Raad oordeelt dat de ontvankelijkheidsverweren niet in cassatie kunnen worden aangevoerd omdat deze niet in hoger beroep zijn ingebracht. Bovendien is vastgesteld dat de bijzonder curator het belang van het kind behartigt en de moeder als belanghebbende in de appelprocedure is toegelaten. Ten aanzien van het DNA-bewijs stelt de Hoge Raad vast dat het hof heeft erkend dat de test oorspronkelijk voor een andere procedure was gedaan, maar dat dit niet tot uitsluiting van het bewijs leidt omdat het vaderschap niet in geschil is.
Verder is het oordeel van het hof dat voor de vaststelling van het vaderschap enkel vereist is dat de man de verwekker is, en dat belangenafwegingen daarbij geen plaats hebben, juist. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen zonder nadere behandeling, conform artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vaderschap van de man wordt bevestigd.