ECLI:NL:PHR:2010:BO0190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens tekortschieten in belangenbehartiging bij lumpsum betaling en omzetschade
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een advocaat centraal die namens zijn cliënt onderhandelingen voerde met een vereniging over een lumpsum ter vergoeding van verbouwingskosten en omzetschade. De advocaat betaalde twee termijnen van de lumpsum aan een derde, met inhouding van een vergoeding voor eigen werkzaamheden, zonder de cliënt volledig te informeren.
De cliënt vordert schadevergoeding wegens omzetschade en proceskosten, stellende dat de advocaat tekort is geschoten in zijn belangenbehartiging. De rechtbank wees de vorderingen af wegens verjaring. Het hof kende een deel van de omzetschade toe op grond van nakoming van de overeenkomst van opdracht, maar wees overige vorderingen af.
In cassatie wordt onder meer geklaagd over de uitleg van de vorderingsgrondslag door het hof en de motivering omtrent de vergoeding van omzetschade, met name de rol van een betaling aan een schuldeiser. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onterecht stilzwijgend een nieuwe rechtsgrond aanvaardde en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom rekening werd gehouden met een betaling aan een schuldeiser. Hierdoor wordt het arrest vernietigd voor zover deze klachten raken.
Uitkomst: Principaal cassatieberoep verworpen, incidenteel cassatieberoep gegrond en arrest vernietigd voor zover gegrond verklaard.