ECLI:NL:PHR:2010:BO0288
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslastverdeling en oplegging vergrijpboete bij verkapte winstuitdeling
In deze zaak is aan X Beheer B.V. voor het jaar 2001 een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd, samen met een vergrijpboete. De rechtbank vernietigde zowel de aanslag als de boete, oordelend dat geen sprake was van een verkapte winstuitdeling en dat de boete onterecht was opgelegd. De inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, dat het hoger beroep van de inspecteur gegrond verklaarde en de boete matigde wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het geschil draaide om de vraag of het bedrag van $1.000.250 dat via een privé-dollarrekening van de aandeelhouder J werd overgemaakt naar een Zwitserse bankrekening, een verkapte winstuitdeling was. Het hof oordeelde dat de belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stelling dat J slechts als kassier fungeerde. Het hof achtte aannemelijk dat de belanghebbende J als aandeelhouder wilde bevoordelen en dat sprake was van opzet op niet-betaling van dividendbelasting.
In cassatie stelde de belanghebbende onder meer dat de bewijslast onjuist was verdeeld en dat haar standpunt pleitbaar was. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof de bewijslast correct had verdeeld en dat het hof zijn bewijswaardering voldoende had gemotiveerd. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de boete terecht was opgelegd en dat de vermindering wegens termijnoverschrijding adequaat was gemotiveerd. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de vergrijpboete terecht is opgelegd en verminderd wegens termijnoverschrijding.