ECLI:NL:PHR:2010:BO0412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kring gerechtigden voor verzet tegen uitdelingslijst in faillissement
In deze zaak heeft verzoekster cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar verzoek om een bedrag van €4.328,- te verlagen. De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet tot de kring der gerechtigden behoorde die zich kunnen verzetten tegen de uitdelingslijst op grond van artikel 184 van Pro de Faillissementswet.
Verzoekster stelde dat ook niet-geverifieerde schuldeisers op grond van artikel 349 lid 5 in Pro samenhang met artikel 186 Faillissementswet Pro verzet kunnen indienen tegen de slotuitdelingslijst. De Hoge Raad overwoog dat artikel 186 Fw Pro weliswaar verzet mogelijk maakt voor niet-geverifieerde schuldeisers, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan, waaronder tijdige indiening van de vordering bij de curator en het verzoek om verificatie. Uit de stukken bleek dat verzoekster niet aan deze voorwaarden had voldaan en slechts een bezwaarschrift had ingediend volgens artikel 184 Fw Pro.
De Hoge Raad bevestigde dat verzoekster daardoor geen schuldeiser is in de zin van artikel 184 Fw Pro en dat de rechtbank terecht tot niet-ontvankelijkheid had beslist. Tevens wees de Hoge Raad op een alternatieve rechtsweg via artikel 317 Fw Pro, waarmee verzoekster mogelijk haar vordering had kunnen effectueren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieverzoek en bevestigde daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieverzoek wordt verworpen omdat verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden voor verzet tegen de uitdelingslijst.