ECLI:NL:PHR:2010:BO1272

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05147
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring opzetheling fiets wegens gebrek aan bewijs wetenschap verdachte

Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het voorhanden hebben van een fiets waarvan hij zou hebben geweten dat deze door een misdrijf was verkregen. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring onder meer op een proces-verbaal van bevindingen en verklaringen van opsporingsambtenaren die verdachte op heterdaad zagen fietsen met de fiets.

De Hoge Raad oordeelt dat uit de gebruikte bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte daadwerkelijk wist dat de fiets gestolen was. Er ontbreekt een nadere motivering die dit zou onderbouwen. Ook het feit dat verdachte een veelpleger is, draagt niet bij aan het bewijs van wetenschap. Daarnaast is niet vastgesteld dat de uiterlijke staat van de fiets zodanig was dat verdachte de herkomst had moeten vermoeden.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en de opgelegde straf betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, maar dit blijft onbesproken omdat de zaak wordt terugverwezen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens gebrek aan bewijs dat verdachte wist dat de fiets door een misdrijf was verkregen, en de zaak wordt terugverwezen.

Conclusie

Nr. 08/05147
Mr. Vellinga
Zitting: 12 oktober 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 26 september 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt over het bewijs van het onder 1 bewezenverklaarde feit voor wat betreft verdachtes wetenschap.
4. Het Hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard dat hij:
"op 30 september 2007 te Amsterdam een fiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door een misdrijf verkregen goed betrof;"
5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:
"Een geschrift, te weten een fotokopie van een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007263474-2 van 30 september 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pag. 9-10).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Op 30 september 2007 stonden wij, verbalisanten, op de Singel te Amsterdam. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag een persoon fietsen, welke mij ambtshalve bekend is als zijnde een veelpleger en welke genaamd is [verdachte]. Ik zag [verdachte] fietsen op een zwarte omafiets en ik zag dat hij met zijn rechterhand een groene damesfiets vasthield.
Ik, [verbalisant 1], heb hierop [verdachte] fysiek staande gehouden teneinde te controleren of de fietsen als gestolen gesignaleerd stonden. De centralist deelde ons mede dat de zwarte omafiets gesignaleerd stond als zijnde gestolen.
Op de Nieuwezijds Voorburgwal te Amsterdam hebben wij de verdachte aangehouden.
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 december 2007. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb op 30 september 2007 een fiets gekocht want ik kon er iets aan verdienen. Ik heb de fiets voor EUR 50,- gekocht. Ik kon er EUR 90,- voor krijgen."
6. In aanmerking genomen dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt van de hoedanigheid van de oma-fiets - uiterlijke staat, ouderdom(1) - kan bij gebreke van enige nadere bewijsmotivering door het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door een misdrijf verkregen goed betrof, ook niet dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de oma-fiets van diefstal afkomstig was. Daarbij teken ik aan dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte er ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets van op de hoogte was dat hij de fiets kon verkopen voor een bedrag van € 90,-- en uit dat bedrag niet kan worden afgeleid dat de fiets naar uiterlijke kenmerken van zo goede kwaliteit was dat de verdachte moet hebben beseft dat deze wel van misdrijf afkomstig moest zijn, althans dat een aanmerkelijke kans bestond dat dat het geval was.
7. Het Hof bezigt voor het bewijs ook dat de politie bekend was dat de verdachte veelpleger was. Aan het bewijs van het tenlastegelegde kan dat niet bijdragen.
8. Het middel slaagt.
9. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 10 oktober 2008 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan vierentwintig maanden zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit punt kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en de zaak dient te worden teruggewezen of verwezen.(2)
10. Andere gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde en de opgelegde straf en in zoverre terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 In de vakhandel zag ik "een Gazelle omafiets" aangeboden voor € 379,--, bij de Hema voor € 275,--, bij bouwmarkten goedkoper (Karwei medio september 2010: € 159,--).
2 HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358, rov. 3.5.3.