ECLI:NL:PHR:2010:BO1363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsanering wegens gebrek aan goede trouw
De zaak betreft een verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering (WSNP). De rechtbank Haarlem wees dit verzoek af omdat de schuldenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de afgelopen vijf jaar.
De schuldenaar ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 28 mei 2010 bekrachtigde. Het hof oordeelde dat de belastingschuld van € 10.140,- was ontstaan door het niet doen van een belastingaangifte, waarvoor de schuldenaar een verwijt treft. Het hof stelde dat het indienen van een bezwaarschrift tegen de aanslag de vraag naar goede trouw niet beïnvloedt, omdat het bezwaar alleen de hoogte van de schuld betwist, niet het feit dat geen aangifte is gedaan.
Tegen dit arrest stelde de schuldenaar cassatieberoep in. De Hoge Raad concludeert dat de klachten falen. De eerste klacht betrof het oordeel van het hof over de afwijzing van het verzoek om aanhouding van de zaak wegens een lopende bezwaarprocedure bij de Belastingdienst. De tweede klacht betrof het ontbreken van een motivering voor de afwijzing van de aanhouding. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.