ECLI:NL:PHR:2010:BO1576
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vormverzuim door ontbreken rechtsbijstand minderjarige verdachte bij eerste politieverhoor
Op 7 maart 2008 werd verdachte, destijds vijftien jaar oud, samen met een medeverdachte aangehouden tijdens een politieactie tegen drugsrunners in Rotterdam. De politie gebruikte een onopvallende lokauto met Duitse kentekenplaten om voorbereidingshandelingen gericht op de verkoop van cocaïne vast te stellen. Verdachte maakte een wenkend gebaar naar de inzittenden van de lokauto en sprak met hen, waarna hij een gripzakje met vermoedelijke drugs toonde.
In hoger beroep voerde de verdediging aan dat verdachte voorafgaand aan en tijdens het eerste politieverhoor geen toegang had gehad tot een raadsman, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro en het Salduz-arrest betekende. Het hof verwierp dit verweer echter, stellende dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens geen algemeen recht op aanwezigheid van een raadsman bij het eerste verhoor biedt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee een te beperkte uitleg heeft gegeven aan de rechtspraak van het EHRM en dat minderjarige verdachten recht hebben op bijstand van een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het eerste verhoor. Het ontbreken hiervan vormt een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv, dat in beginsel leidt tot bewijsuitsluiting van de verklaringen die zonder rechtsbijstand zijn afgelegd.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het gebruik van een lokauto zonder schriftelijke toestemming ex art. 126i Sv niet onrechtmatig was, omdat er geen sprake was van pseudo-koop en het Tallon-criterium niet werd geschonden. Het hof had het bewijs dus niet mogen gebruiken zonder het vormverzuim te betrekken. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van het recht op rechtsbijstand.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege schending van het recht op rechtsbijstand van de minderjarige verdachte bij het eerste politieverhoor.