ECLI:NL:PHR:2010:BO1578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte wegens ontbreken schriftuur middelen van cassatie
Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 april 2009. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep geldig is betekend, zijn namens verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Het niet naleven van deze termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal concludeert daarom dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Deze conclusie geldt ook voor de gerelateerde zaken met nummers 09/02257 en 09/02259, die gelijktijdig worden behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.