ECLI:NL:PHR:2010:BO1637
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor rijden onder invloed van cannabinoïden zonder vereiste toename risico ongeluk
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld wegens overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, omdat hij op 1 januari 2007 onder invloed van cannabinoïden een voertuig bestuurde terwijl hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.
Verdachte stelde cassatieberoep in met twee middelen: dat het bewezenverklaarde onvoldoende was gemotiveerd en dat de in zijn bloed aangetroffen THC-concentratie van 0,003 mg/l te laag was om zijn rijvaardigheid negatief te beïnvloeden. De Hoge Raad overweegt dat voor veroordeling niet vereist is dat het risico op ongelukken significant is toegenomen.
Uit het bewijs, waaronder verklaringen van de verbalisant over de waargenomen weedlucht en sloomheid, en een deskundigenrapport dat recent cannabisgebruik nadelig is voor de rijvaardigheid, mocht het hof concluderen dat verdachte onder zodanige invloed verkeerde dat hij niet behoorlijk kon besturen.
De Hoge Raad verwerpt de middelen en bevestigt het oordeel van het hof dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd is. Er is geen noodzaak voor nadere motivering en geen reden om de uitspraak ambtshalve te vernietigen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor rijden onder invloed van cannabinoïden ondanks lage THC-concentratie.