ECLI:NL:PHR:2010:BO1739

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00534 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens nieuwe WAM-verklaring leidt tot vrijspraak van onverzekerd rijden

Aanvrager werd door de Kantonrechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden wegens het rijden zonder verzekering op 10 december 2006.

Na het vonnis werd een verklaring ex artikel 34 WAM Pro overgelegd, waarin werd bevestigd dat het voertuig op die datum wel verzekerd was volgens de wettelijke eisen. Deze nieuwe informatie schept een ernstig vermoeden dat de oorspronkelijke veroordeling onjuist was.

De Hoge Raad concludeert dat, indien de kantonrechter van deze verklaring op de hoogte was geweest, aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn. Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar een gerechtshof voor behandeling volgens artikel 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar een gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Nr. S 10/00534 H
Mr. Vegter
Zitting 31 augustus 2010
Conclusie inzake:
[Aanvrager](1)
1. Namens aanvrager heeft mr. G.D. Haytink, advocaat te 's-Gravenhage, een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter te 's-Gravenhage d.d. 5 juni 2007 ingediend. Bij dat vonnis is aanvrager wegens op 10 december 2006 "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
2. De aanvraag berust op de stelling dat de betreffende auto op de pleegdatum wel verzekerd was. Ter onderbouwing van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex. art. 34 WAM Pro gevoegd, afgegeven door [A] d.d.14 september 2007, inhoudende dat voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] op 10 december 2006 een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed.
3. Voornoemde verklaring, tot stand gekomen en afgegeven nadat de Kantonrechter uitspraak had gedaan, doet, in aanmerking genomen dat uit de tenlastelegging blijkt dat het in deze zaak draaide om een motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB], in ieder geval het ernstig vermoeden ontstaan dat de kantonrechter, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.(2)
4. Gezien het voorgaande strekt deze conclusie ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een Gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaak betreffende aanvrager met zaaksnummer 10/00532H, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
2 Zie bijvoorbeeld HR 25 september 2007, LJN: BA7926.