ECLI:NL:PHR:2010:BO2918
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot hernieuwde toelating wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks bijzondere omstandigheden
Verzoekster had eerder van 18 maart 2003 tot 4 april 2006 een schuldsaneringsregeling onder de Faillissementswet, die eindigde met verlening van een 'schone lei'. Zij verzocht opnieuw om toelating tot deze regeling, maar dit werd afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro, dat een hernieuwd verzoek binnen tien jaar na een eerdere regeling verbiedt.
Verzoekster stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder haar huwelijk met een partner met schulden en werkloosheid, haar financiële situatie zodanig verslechterden dat toepassing van artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro onredelijk was. Het hof en de Hoge Raad oordeelden echter dat deze omstandigheden geen aanleiding geven om van de wettelijke afwijzingsgrond af te wijken.
De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd bevestigd dat het imperatieve karakter van artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro bedoeld is om de werklast voor rechter en bewindvoerder te beheersen en dat ook te goeder trouw ontstane schulden binnen de termijn geen uitzondering rechtvaardigen.
Verzoekster voerde ook een beroep op EVRM- en EU-bepalingen, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan feitelijke grondslag om hun werking in deze zaak te beoordelen.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de afwijzing van het verzoek tot hernieuwde toelating tot de schuldsaneringsregeling definitief is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot hernieuwde toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.