ECLI:NL:PHR:2010:BO4520
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling aan bestuurder in privé na faillissement niet bevrijdend jegens curator
In deze cassatiezaak staat centraal of een betaling door eiseres aan de bestuurder van een gefailleerde vennootschap in privé, na de faillietverklaring, bevrijdend is jegens de curator. Eiseres had een factuur betaald aan de bestuurder, terwijl zij wist van het faillissement van de vennootschap.
De rechtbank en het hof hadden de vordering van de curator tot betaling toegewezen en het standpunt van eiseres verworpen dat de betaling bevrijdend zou zijn. De Hoge Raad bevestigt dat het faillissement werkt tegenover derden vanaf de dag van uitspraak en dat het faillissementsrecht geen algemeen rechtsbeginsel kent dat derden te goeder trouw beschermt.
De Hoge Raad benadrukt dat vorderingen die tijdens het faillissement ontstaan, tot de boedel behoren en alleen bevrijdend kunnen worden voldaan aan de curator. De wetenschap van eiseres over het faillissement is irrelevant voor de vraag of de betaling bevrijdend is. De curator kan nakoming vorderen van de vordering die in de boedel valt. De klachten van eiseres leiden niet tot cassatie en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; betaling aan bestuurder in privé is niet bevrijdend jegens curator.