ECLI:NL:PHR:2010:BO4639

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02287
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen veroordeling wegens ontoereikende procesverweren

Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 27 november 2008. Namens verdachte zijn drie middelen van cassatie voorgesteld, waaronder een beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

De Hoge Raad oordeelt dat het beroep op niet-ontvankelijkheid alleen kan slagen bij ernstige procesverzuimen die het recht op een eerlijke behandeling aantasten. Het hof heeft terecht geoordeeld dat onvoldoende politieonderzoek niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Daarnaast faalden de middelen die klaagden over ontoereikende verwerping van verweren, omdat deze verweren niet ter terechtzitting in hoger beroep waren gevoerd. De Hoge Raad ziet geen gronden om ambtshalve te vernietigen en wijst het cassatieberoep af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling door het Gerechtshof Amsterdam blijft gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 09/02287
Zitting: 21 september 2010
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 27 november 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. E. Oversier, advocaat te Hoofddorp, drie middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel
3. Het middel klaagt over de verwerping van een beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
4. Voor niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging is alleen plaats ingeval sprake is van een vormverzuim waarbij de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004, 376 m.nt. YB, rov. 3.6.5).
5. 's Hofs oordeel dat een veroordeling door de Rechtbank op basis van onvoldoende onderzoek door de politie niet tot gevolg kan hebben dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard, zoals door de raadsman bepleit, omdat dit standpunt geen steun vindt in het recht, getuigt in het licht van het voorgaande niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
6. Het middel faalt.
Het tweede middel en het derde middel
7. De middelen klagen over ontoereikende verwerping van ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweren. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt echter niet dat die verweren zijn gevoerd. Daarom falen deze middelen bij gebrek aan feitelijke grondslag.
8. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG