ECLI:NL:PHR:2010:BO4915
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en bewijsvoering leningen in hoger beroep
De man stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch die de beschikking van de rechtbank Roermond inzake de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen hem en de vrouw bekrachtigde.
Het cassatieberoep berustte op vijf middelen die onder meer klaagden over de beoordeling van de aard en intentie van leningen, het inzicht in de financiële situatie van de man, en het niet horen van getuigen over het bezit van sieraden. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende feitelijke grondslag hadden of niet voldeden aan de procesrechtelijke eisen.
Met name werd geoordeeld dat het hof terecht had geoordeeld dat de man onvoldoende had gesteld over de leningen en dat het bewijsaanbod omtrent de sieraden niet relevant was voor de verdeling. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen en wees het beroep af met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het hofbesluit wordt bekrachtigd.