ECLI:NL:PHR:2010:BO6868
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid Inspecteur tot naheffing motorrijtuigenbelasting en boetes
Belanghebbende, een taxichauffeur die een taxibedrijf exploiteerde, kreeg naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting (mrb) opgelegd over de jaren 1998 tot en met 2001, met boetes wegens vermeende onterechte vrijstelling. De Inspecteur stelde dat de auto niet geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer was gebruikt, mede door aanwezigheid van een kilometertelleronderbreker die de kilometeradministratie onbetrouwbaar maakte.
De Rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de naheffingsaanslagen en boetes. Het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was de naheffing op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) op te leggen, en dat de boetes terecht waren verminderd tot 10% van het nageheven bedrag.
In cassatie stelde belanghebbende dat artikel 76 van Pro de Wet mrb '94 lex specialis is en dat de naheffing niet op artikel 20 AWR Pro gebaseerd kon worden. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat artikel 76 Wet Pro mrb geen lex specialis is ten opzichte van artikel 20 AWR Pro, en dat de Inspecteur bevoegd was om binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar naheffing op grond van artikel 20 AWR Pro op te leggen.
Het incidentele beroep van de staatssecretaris, dat uitging van toepassing van artikel 76 Wet Pro mrb, werd eveneens verworpen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de naheffingsaanslagen en boetes opgelegd door de Inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de Inspecteur tot naheffing en boetes op grond van artikel 20 AWR.