ECLI:NL:PHR:2010:BO6879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing cassatieprocedure na executoriale verkoop vorderingen
In deze zaak staat centraal of de cassatieprocedure geschorst is na executoriale verkoop van vorderingen van eiser op Forward en Chipshol. Eiser was veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Landinvest, die daarop executoriaal beslag legde op vorderingen van eiser. Deze vorderingen werden openbaar verkocht aan Hydra, die vervolgens als rechthebbende werd aangemerkt.
Eiser betwist de schorsing van het geding en de rechtsgeldigheid van het beslag en de executie. Hij voert aan dat de betekening van het schorsingsexploot niet correct was, dat het beslag onrechtmatig is gelegd, en dat de vorderingen niet overdraagbaar zijn. De Hoge Raad wijst deze bezwaren af, onder meer omdat de schorsing ook via een akte ter rolle is aangezegd en omdat executiegeschillen exclusief bij de bevoegde rechtbank horen, niet in cassatie.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het proces-verbaal van executoriale verkoop als leveringsakte geldt en dat aan de vereisten van art. 3:94 BW Pro is voldaan, ook al is het proces-verbaal niet door de cedent ondertekend. De mededeling aan de debitor-cessus is rechtsgeldig verricht. De Hoge Raad concludeert dat de cassatieprocedure met ingang van 16 oktober 2009 geschorst is op grond van art. 225 lid 1 onder Pro c Rv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieprocedure geschorst met ingang van 16 oktober 2009 wegens rechtmatige executoriale verkoop en overdracht van vorderingen.