ECLI:NL:PHR:2010:BO7512
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving afdrachtverplichtingen en ontstaan nieuwe schulden
Verzoekster werd in maart 2007 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van ruim €44.000. Tijdens de regeling ontstonden problemen met de afdracht aan de boedel en het ontstaan van nieuwe schulden. De rechtbank Amsterdam wees een verzoek tot tussentijdse beëindiging in mei 2009 af, maar beëindigde de regeling in april 2010 alsnog zonder verlening van een schone lei wegens niet-naleving van verplichtingen.
Verzoekster ging in hoger beroep en stelde dat zij betalingsregelingen trof voor belastingvorderingen die als boedelschulden moesten worden aangemerkt, en dat zij niet in gebreke was. Het hof Amsterdam bekrachtigde het vonnis en oordeelde dat verzoekster tekort was geschoten in haar afdrachtplicht en nieuwe bovenmatige schulden had laten ontstaan, waardoor de beëindiging terecht was.
In cassatie klaagde verzoekster dat het hof onjuist had geoordeeld, maar de Hoge Raad vond de klachten vaag en onvoldoende onderbouwd. Het dossier toonde summiere informatie over fiscale schulden en geen aanleiding om het oordeel van het hof te herzien. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van een schone lei.