ECLI:NL:PHR:2011:BK9157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dringende reden en onverwijlde opzegging arbeidsovereenkomst wegens frauduleuze handelingen
In deze zaak heeft Mitra C.V. de arbeidsovereenkomst met eiser op 1 februari 2007 op staande voet beëindigd wegens vermeende frauduleuze handelingen. Eiser vorderde daarop bij de kantonrechter een verklaring voor recht dat het ontslag nietig was, alsmede betaling van loon en andere vergoedingen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en veroordeelde Mitra tot betaling van loon. Het gerechtshof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het ontslag wel onverwijld was gegeven en dat de dringende reden voor ontslag aanwezig was.
Het cassatieberoep van eiser richtte zich onder meer tegen het feit dat het hof bepaalde feiten als vaststaand aannam omdat deze niet of onvoldoende waren betwist, en tegen het oordeel dat aan de onverwijldheidseis was voldaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven.
De Hoge Raad benadrukte dat feiten die onvoldoende zijn betwist als vaststaand moeten worden aangenomen en dat bewijslevering dan niet aan de orde is. Ook werd bevestigd dat de onverwijldheidseis moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waarbij het hof voldoende had gemotiveerd dat Mitra voortvarend had gehandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet wordt als rechtsgeldig en onverwijld beschouwd.