ECLI:NL:PHR:2011:BL6562
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid tot naheffing motorrijtuigenbelasting ondanks beperkte naheffingstermijn
Deze zaak betreft een geschil over naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting (mrb) en bijbehorende boetes opgelegd aan belanghebbende en de VOF Taxi 986. Beide partijen hadden vrijstelling van mrb wegens taxivervoer, maar de inspecteur stelde dat de auto's niet geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer werden gebruikt, waardoor de vrijstellingen ten onrechte waren verleend.
De rechtbank vernietigde de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen, maar het hof vernietigde deze uitspraken en wees de zaak terug naar de rechtbank voor een inhoudelijke beoordeling van de materiële juistheid van de naheffingen en boetes. Het hof oordeelde dat artikel 76, lid 2, Wet mrb '94 geen exclusieve werking heeft en dat de inspecteur bevoegd is om naheffing te baseren op artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
In cassatie betoogden belanghebbende en de VOF dat artikel 76 Wet Pro mrb '94 als lex specialis de bevoegdheid tot naheffing beperkt, maar de Hoge Raad volgde dit niet. De Hoge Raad bevestigde dat artikel 76 Wet Pro mrb '94 slechts een aanvullende regeling is en dat de inspecteur op grond van artikel 20 Awr Pro binnen de vijfjarige termijn kan naheffen. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de inspecteur tot naheffing op grond van artikel 20 AWR.