ECLI:NL:PHR:2011:BL6566
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffing motorrijtuigenbelasting en belasting van personenauto's ondanks ingebouwde kilometertelleronderbreker
Belanghebbende, exploitant van een taxibedrijf, kreeg naheffingsaanslagen en boetes opgelegd wegens vermeend onjuist gebruik van een auto met een ingebouwde kilometertelleronderbreker (KTO). Het Hof Amsterdam achtte het aannemelijk dat een KTO was ingebouwd, waardoor de kilometeradministratie onbetrouwbaar was en niet kon worden aangetoond dat de auto minder dan 1.000 kilometer privé was gebruikt. Hierdoor werden naheffingsaanslagen BPM, MRB, IB/PVV en OB opgelegd en boetes vastgesteld.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat de naheffing beperkt moest worden tot twaalf maanden voorafgaand aan de constatering van de inspecteur en dat onvoldoende bewijs was geleverd voor de aanwezigheid van een KTO. De Hoge Raad oordeelde dat de naheffing op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) terecht was en dat het oordeel van het Hof over de aanwezigheid van een KTO een feitelijke beoordeling betrof die in cassatie niet kan worden getoetst.
Verder concludeerde de Hoge Raad dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te verdedigen tijdens de zitting. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat de boetes gebaseerd waren op een niet-ontzenuwd bewijsvermoeden en verwees de zaak over de boetes voor IB/PVV en BPM terug naar een ander gerechtshof voor nadere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak over de boetes terug naar een ander gerechtshof voor nadere beoordeling.