ECLI:NL:PHR:2011:BL6571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst zaak terug over naheffingsaanslag bpm en boete wegens onbetrouwbare kilometeradministratie taxi
Belanghebbende exploiteerde een taxibedrijf en ontving teruggave van bpm voor een Mercedes-Benz taxi. De Belastingdienst stelde dat de auto niet nagenoeg geheel voor taxivervoer was gebruikt, mede vanwege de vermoedelijke aanwezigheid van een kilometertelleronderbreker (KTO) die de kilometeradministratie onbetrouwbaar maakte. Het Hof achtte het vermoeden van een ingebouwde KTO gerechtvaardigd en concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de auto voor ten minste 90% als taxi werd gebruikt.
Het Hof legde een boete van 50% op wegens (voorwaardelijk) opzet, omdat belanghebbende ondanks de onbetrouwbare administratie teruggaaf van bpm had gevraagd. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte had geoordeeld over de aanwezigheid en het gebruik van de KTO en dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelt dat feitelijke oordelen over de aanwezigheid en het gebruik van de KTO en het bewijs van gebruik aan de lagere rechters zijn voorbehouden en niet in cassatie kunnen worden getoetst. De klachten over onvoldoende motivering worden verworpen. Wel stelt de Hoge Raad vast dat het Hof niet heeft erkend dat zowel de grondslag van de boete als het bewijs van opzet op een niet-ontzenuwd vermoeden berusten, en dat dit bij de boetebeoordeling moet worden betrokken.
Daarom kan het Hofvonnis over de boete niet in stand blijven en verwijst de Hoge Raad de zaak terug voor nader onderzoek naar de boete. De naheffingsaanslag zelf blijft gehandhaafd. De Hoge Raad wijst de klachten van belanghebbende af, behalve voor zover het de boete betreft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de klachten over de naheffingsaanslag maar verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de boete wegens onvoldoende motivering over het bewijsvermoeden.