ECLI:NL:PHR:2011:BM6898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vrijstelling leerplicht op grond van richtingbezwaren en EVRM-rechten
De zaak betreft een moeder die werd veroordeeld wegens niet-naleving van de leerplichtwet nadat haar kind niet op school werd ingeschreven en zij een beroep deed op vrijstelling vanwege richtingbezwaren op grond van haar holistische levensovertuiging.
De Hoge Raad onderzoekt of de beperking van de vrijstelling zoals neergelegd in artikel 8, tweede lid, van de Leerplichtwet 1969 in strijd is met de rechten op vrijheid van godsdienst en onderwijs zoals gewaarborgd in artikel 9 EVRM Pro en artikel 2 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De Raad bevestigt dat deze beperking geen inbreuk maakt op deze rechten, mede omdat ouders vrij zijn om hun kinderen buiten schooltijd en in het weekend onderwijs te geven dat aansluit bij hun overtuiging, en zij vrij zijn een school te kiezen of op te richten die past bij hun levensovertuiging.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht heeft vastgesteld dat de vrijstelling niet van rechtswege gold omdat het kind in het voorafgaande jaar reeds op een school van de betreffende richting was geplaatst. De Raad wijst op de parlementaire geschiedenis die de beperking van vrijstelling beoogt om onderwijsparticipatie te bevorderen en misbruik te voorkomen.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de geldigheid van de leerplichtwetgeving en de wijze waarop het Hof deze heeft toegepast, waarbij de rechten van ouders en kinderen in balans worden gehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de veroordeling wegens niet-naleving van de leerplichtwet.