1 Belastingdienst P.
2 Rechtbank Arnhem, 28 april 2008, nrs. AWB 06/4662, AWB 06/4663, AWB 06/4728, LJN: BD2546, V-N 40/2.3.
3 Gerechtshof Arnhem, 28 april 2009, nrs. 08/00256, 08/00257, 08/00258, LJN: BI3982, NTFR 2009/1546, met noot Fase.
4 Zie blad 4 van de aangifte, opgenomen als bijlage 3 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de Rechtbankprocedure.
5 Zie bijlage 3 van het verweerschrift van de Inspecteur in de Rechtbankprocedure.
6 Zie blad 5 van de aangifte, opgenomen als bijlage 4 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de Rechtbankprocedure. De aangifte 1996 behoort niet tot de stukken; wel is een schermprint van de aangiftegegevens voor dat jaar aanwezig; zie bijlage 2 van het verweerschrift van de Inspecteur in de Rechtbankprocedure.
7 Zie r.o. 3 van de uitspraak van het Hof.
8 HR 9 januari 2009, nr. 07/10292, LJN: BG9068, BNB 2009/64, V-N 2009/3.7, NTFR 2009/91. Zie o.a. ook reeds HR 27 april 1955, nr. 12 296, BNB 1955/214, HR 23 juni 1982, nr. 20 481, BNB 1983/17 en HR 5 november 1986, nr. 24 075, BNB 1987/19.
9 M.W.C. Feteris, Formeel Belastingrecht, Kluwer, Deventer, 2007, blz. 136.
10 HR 28 januari 1959, nr. 13 752, BNB 1959/103.
11 HR 10 februari 1988, nr. 25 272, BNB 1988/251 met noot Scheltens.
12 Reeds vermeld in voetnoot 3.
13 Hof Den Bosch 26 april 1989, nr. 2078/1987, V-N 1990/3508 pt. 5.
14 HR 18 november 1998, nr. 31 759, LJN: AA2567, na conclusie A-G Moltmaker, BNB 1999/37 met noot Zwemmer.
15 Hof Arnhem 2 oktober 2006, nr. 04/01726, LJN: AY9962, V-N 2007/10.5.
16 HR 25 november 2005, nr. 40 989, LJN: AT5958, na conclusie A-G Overgaauw, BNB 2006/82 met noot Juch.
17 De uitspraak van het hof zelf werd niet gepubliceerd, maar is (gedeeltelijk) opgenomen onder het arrest in BNB 2006/82.
18 HR 23 oktober 1957, nr. 13 247, BNB 1957/316.
19 HR 24 februari 2006, nr. 41 451, V-N 2006/18.6.
20 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2004, nr. 02/0570; de uitspraak van het Hof zelf werd niet gepubliceerd, maar is (gedeeltelijk) opgenomen onder het arrest in V-N 2006/18.6. Belanghebbende noemt in zijn beroepschrift in cassatie HR 24 februari 2006, nr. 41 499, V-N 2006/18.1 maar in die zaak was de vraag of sprake was van een 'nieuw feit' niet aan de orde.
21 HR 27 november 1985, nr. 22 978, BNB 1986/121 met noot Van Dijck.
22 Wijziging van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen in verband met de herziening van het stelsel administratieve boeten en van de bevoegdheid tot navorderen. Dat wetsvoorstel leidde tot het afschaffen van het vereiste van een nieuw feit in geval van kwade trouw van de belastingplichtige.
23 Kamerstukken II, 1993/1994, 21 058, nr. 17 (brief van de staatssecretaris van Financiën aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; schriftelijke beantwoording van vragen), blz. 1-2.
24 HR 3 juni 1970, nr. 16 496, BNB 1970/152.
25 A.J.A. Stevens, Fiscale Monografieën: Fiscale aspecten van de Commanditaire Vennootschap; Een knelpuntenoplossing vanuit rechtsvergelijkend perspectief, Kluwer, 2002, blz. 38, 40-41.
26 Hof Arnhem, 7 november 1986, nr. 1849/84, Infobulletin 1986/640.
27 Het betreft bepalingen uit het Handelsgesetzbuch, die, voorzien van commentaar, zijn te raadplegen in het Münchener Kommentar, Handelsgesetzbuch, Band 3, §§ 161-237 Konzernrecht der Personengesellschaften, München, 2007.
28 Bijlage 17 bij het verweerschrift in de Rechtbankprocedure.
29 HR 10 oktober 2008, nr. 41 983, LJN: BF7181 (ook wel: 'het tweede Turkije-arrest), V-N 2008/48.13 met noot redactie, NTFR 2008/1982 met noot Fase. De twee andere arresten betreffen de zgn 'januari-arresten': Hoge Raad 16 januari 2009, nr. 43 128, LJN: AY9937, na conclusie A-G Wattel, V-N 2009/5.13 met noot redactie, BNB 2009/93 met noot De Vries, NTFR 2009/192 met noot De Kroon en Hoge Raad 16 januari 2009, nr. 42 218, LJN: BG9878, V-N 2009/5.10 met noot redactie, BNB 2009/92 met noot De Vries, NTFR 2009/193 met noot De Kroon.
30 M. Mees, 'Vreemd recht: feit of recht? Stelplicht, 'bewijs', ambtshalve onderzoek, partijdebat en motivering', in 'Draaicircels van formeel belastingrecht', vriendenbundel René Niessen, Sdu, Amersfoort, 2009, blz. 254.
31 Het stelsel der wet brengt immers mee dat de inspecteur in de regel met vertrouwen op de aangifte mag afgaan (HR 5 november 1986, nr. 24 075, BNB 1987.19 met noot Scheltens), en de inspecteur mag bij verzorgd ogende aangiften zijn controle op de tellingen beperken tot een steekproef (HR 15 juni 1977, nr. 18 326, BNB 1977/198 met noot Scheltens).