1 De Inspecteur van de Belastingdienst/P.
2 Naar mijn mening berust het handhaven van dit bedrag op een vergissing. Belanghebbende had zijn aandelenbezit in de aangifte immers tot zijn Box III vermogen gerekend, zo is althans gesteld. Indien de aandelen een aanmerkelijk belang vormen, verlaten zij Box III per 1 januari van dat jaar. Omdat het belastbare inkomen uit sparen en beleggen door de navorderingsaanslag niet is gewijzigd door de Inspecteur, vindt er mijns inziens een dubbeltelling plaats.
3 Rechtbank Arnhem, 28 februari 2008, nr. AWB 07/1744, LJN BC5626, zonder commentaar gepubliceerd in NTFR 2008/537 en zonder aantekening in V-N 2008/26.2.5.
4 Gerechtshof Arnhem, 1 december 2009, nr. 08/00145, LJN BK6117, gepubliceerd in NTFR 2009/2722 met commentaar van Ganzeveld en zonder aantekening in V-N 2010/7.1.4.
5 De Staatssecretaris heeft eveneens beroep in cassatie ingesteld tegen een drietal uitspraken van Hof 's-Gravenhage over het begrip soort aanmerkelijk belang (als bedoeld in artikel 20a, lid 3, van de Wet IB 1964). Zie onderdeel 6.5. In de daartoe behorende zaak met nr. 10/00610 neem ik eveneens conclusie.
6 Kennelijk heeft de Rechtbank evenmin aanleiding gezien ambtshalve het inkomen uit sparen en beleggen in verband hiermee te corrigeren (zie noot 2).
7 Wet tot wijziging van de inkomstenbelasting (beperkte reparatie van het regime inzake de winst uit aanmerkelijk belang) van 7 maart 1991, Stb. 1991/94.
8 Van de drie geciteerde volzinnen golden de eerste twee van 20 maart 1991 tot 1 januari 1997 en gold de laatste van 20 maart 1991 tot 1 januari 1992. Zie over de laatste volzin 4.7.
9 MvT, Kamerstukken 1988-1989, 21 033, nr. 3, p. 5.
10 MvA, kamerstukken 1988-1989, 21 033, nr. 5, p. 5.
11 MvA, kamerstukken 1988-1989, 21 033, nr. 5, p. 6.
12 Amendement van de leden Vreugdenhil en Van der Vaart, Kamerstukken 1989-1990, 21 033, nr. 9, p. 2-3.
13 Handelingen TK 69-3830.
14 MvA, kamerstukken 1990-1991, 21 033, nr. 118, p. 3-4.
15 MvT, kamerstukken 1991-1992, 22 442, nr. 3, p. 3.
16 Nota n.a.v. het verslag, Kamerstukken 1991-1992, 22 442, nr. 6, p. 4.
17 Artikel 20a, lid 6, onderdeel h, van de Wet IB 1964 (tekst 2000) jo. artikel 20e van de Wet IB 1964 (tekst 2000).
18 MvT, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. 3, p. 43.
19 Verslag, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. 6, p. 4 en 8.
20 Nota n.a.v. het verslag, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. 7, p. 8.
21 Advies Raad van State en Nader Rapport, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. B, p. 14.
22 Advies Raad van State en Nader Rapport, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. B, p. 14-15.
23 MvT, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. 3, p. 43-44.
24 Verslag, kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. 6, p. 48.
25 Nota n.a.v. het verslag, Kamerstukken 1995-1996, 24 761, nr. 7, p. 59.
26 MvT, Kamerstukken 1998-1999, 26 727, nr. 3, p. 198.
27 Nota n.a.v. het nader verslag, kamerstukken 2007-2008, 31 459, nr. 9, p. 21.
28 Gerechtshof 's-Gravenhage, 5 januari 2010, nr. 08/00526, LJN: BL4491.
29 R.P. van den Dool en E.J.W. Heithuis, De fiscale positie van de DGA, Rapport in opdracht van de Samenwerkende Registeraccountants en Administratieconsulenten (SRA) en de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs (NFB), Kluwer, Deventer 2009, p. 15.
30 A.C. Rijkers, De fiscale positie van de DGA Aanmerkelijk belang, TFO 2009/76.
31 A.C. Rijkers en J.E.A.M. van Dijck, De aanmerkelijk-belangregeling in de Wet IB 1964 en de Wet IB 2001, fed fiscale brochures, FED, Deventer 2000 (7e druk), p. 83-84.
32 E.J.W. Heithuis, Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen, Fiscale monografieën nr. 89, Kluwer, Deventer 1999, p. 119.
33 T. Blokland, Winst uit aanmerkelijk belang, Fiscale Monografieën nr. 19, Kluwer, Deventer 1999, p. 77.