ECLI:NL:PHR:2011:BN7274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek omzetbelasting bij verstrekking vrijvervoerbewijzen aan (oud)personeel openbaarvervoerbedrijf
Belanghebbende, een openbaarvervoerbedrijf, verstrekt aan haar (oud)personeel en hun gezinsleden vrijvervoerbewijzen. De vraag was of deze verstrekking leidt tot een correctie van de aftrek van voorbelasting op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (bua), ook als er geen extra kosten worden gemaakt.
De Rechtbank oordeelde dat het bua van toepassing is en dat aftrek beperkt moet worden, maar het Hof vernietigde dit oordeel en stelde dat geen grond bestaat voor aftrekuitsluiting bij het gratis verstrekken van vervoerbewijzen zonder extra kosten. De staatssecretaris stelde cassatie in tegen het Hofarrest.
De Hoge Raad concludeert dat het bua niet van toepassing is indien geen extra kosten worden gemaakt die aan de verstrekking kunnen worden toegerekend. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat de categorie 'loon in natura' te onbepaald is om aftrekuitsluiting op te baseren, maar dat het geven van gelegenheid tot privévervoer wel een geldige grond voor aftrekuitsluiting is volgens het Europese Hof van Justitie. De verstrekking aan oud-personeel en hun gezinnen valt onder personeelsvoorzieningen en het bua is ook daarop van toepassing, ook als zij een vergoeding betalen. De naheffingsaanslag dient te worden verminderd met inachtneming van de vergoeding. Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; het bua is niet van toepassing zonder extra kosten, maar wel voor personeelsvoorzieningen inclusief oud-personeel met vergoeding.