ECLI:NL:PHR:2011:BN8250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweerexces bij poging tot doodslag na worsteling in woning
Op 13 november 2005 stak verdachte in zijn woning te Krimpen aan den IJssel een man, die via een openstaande balkondeur was binnengekomen, met een mes in de borst. Verdachte stelde dat hij handelde uit noodweer of noodweerexces, omdat hij door de man werd aangevallen en opgesloten zat tussen de muur en de aanvaller.
Het hof oordeelde dat verdachte de man eerst via het balkon naar buiten had gewerkt, waarna de man terugkeerde en een worsteling ontstond. Tijdens deze worsteling viel de man op de grond en terwijl hij probeerde op te staan, stak verdachte hem met een mes. Het hof vond dat op dat moment geen onmiddellijke dreiging meer bestond en dat verdachte de situatie leek te kunnen beheersen. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof voldoende feitelijke gronden had om het beroep op noodweerexces te verwerpen, hoewel de motivering beter had gekund. De Hoge Raad benadrukte dat de rechter slechts hoeft te beoordelen of de feitelijke grondslag van het verweer aannemelijk is geworden en dat het hof dat had gedaan. Het beroep op noodweerexces faalt omdat niet aannemelijk is dat verdachte onder invloed van een hevige gemoedsbeweging handelde die het verwijt van het excessief handelen wegneemt.
Het cassatiemiddel faalt en het arrest van het hof wordt bevestigd. Verdachte wordt veroordeeld voor poging tot doodslag en het beroep op noodweerexces wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot doodslag blijft in stand.