ECLI:NL:PHR:2011:BO0082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen vonnis Politierechter en beschikking Hof buiten behandeling laten hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Politierechter en een beschikking van de voorzitter van het Gerechtshof die het hoger beroep buiten behandeling heeft gelaten. De verdachte was veroordeeld voor poging tot diefstal met braak of verbreking, een misdrijf waarop een gevangenisstraf van maximaal vier jaar staat.
De Hoge Raad stelt vast dat ingevolge artikel 427 Sv Pro tegen het vonnis van de Politierechter geen cassatieberoep openstaat. Daarnaast is er geen wettelijke grondslag voor cassatieberoep tegen de beschikking van de voorzitter van het Hof als bedoeld in artikel 410a lid 4 Sv. Hierdoor wordt het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad bespreekt ook de interpretatie van de term 'misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van niet meer dan vier jaren is gesteld' en concludeert dat het hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter niet afhankelijk is van een bevel van de voorzitter van het Hof. De zaak dient derhalve in hoger beroep behandeld te worden, ondanks de beschikking van de voorzitter.
De conclusie is dat de beschikking van de voorzitter geen wettelijke grondslag heeft en daarom geen betekenis toekomt. De Hoge Raad verstaat dat het hoger beroep op grond van artikel 412 Sv Pro ter terechtzitting aanhangig wordt gemaakt. De stukken worden aan de griffier van het Hof gezonden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het vonnis van de Politierechter en de beschikking van de voorzitter van het Hof wordt niet-ontvankelijk verklaard.