ECLI:NL:PHR:2011:BO3534
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Effectiviteit van schadevergoedingsbeding bij opzegging huurovereenkomst in faillissement
In deze zaak staat centraal de vraag of een beding in een huurovereenkomst, waarbij de verhuurder bij vervroegde opzegging door de curator in het faillissement van de huurder aanspraak kan maken op een schadevergoeding ter grootte van alle resterende huurtermijnen, rechtsgeldig is. De huurovereenkomst betrof een kantoorpand dat door Uni-Invest werd verhuurd aan Info Opleiders B.V., dat in 2003 failliet werd verklaard. De curator zegde de huurovereenkomst op conform art. 39 Faillissementswet Pro (Fw).
Uni-Invest maakte aanspraak op betaling van schadevergoeding, waaronder leegstandschade, via een bankgarantie. De curator vorderde terugbetaling van het bedrag dat de bank aan Uni-Invest had betaald, stellende dat art. 39 Fw Pro een dergelijke vergoeding in de weg staat. De rechtbank wees de vordering deels toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat het beding in de bankgarantie toelaatbaar was.
De Hoge Raad stelt dat art. 39 Fw Pro beoogt de boedel te beschermen tegen oplopende huurschulden door de curator een beperkte opzeggingsbevoegdheid te geven met een maximale termijn van drie maanden, waarbij de huur tot die datum als boedelschuld geldt. Een contractuele afspraak die de verhuurder recht geeft op vergoeding van huurtermijnen na die termijn is niet verenigbaar met dit stelsel en derhalve niet rechtsgeldig. Dit oordeel wordt onderbouwd met wetsgeschiedenis, eerdere jurisprudentie en het beginsel van paritas creditorum. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het beding dat de verhuurder aanspraak geeft op schadevergoeding voor resterende huurtermijnen bij opzegging door de curator is niet verenigbaar met art. 39 Fw en derhalve niet rechtsgeldig.