ECLI:NL:PHR:2011:BO3637
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting bij bemiddeling in aandelenoverdracht vastgoedvennootschappen
Belanghebbende, actief in de vastgoedsector, verrichtte in 2000 diensten voor twee opdrachtgevers die resulteerden in de overdracht van aandelen in dochtervennootschappen die onroerende zaken bezaten. De centrale vraag was of deze diensten moesten worden aangemerkt als bemiddeling bij handelingen inzake effecten (aandelen) of als bemiddeling bij de verkoop van onroerende zaken.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de diensten betrekking hadden op bemiddeling bij de verkoop van onroerende zaken, omdat de overdracht van aandelen slechts een juridische vorm was en de feitelijke prestatie gericht was op het vinden van een koper voor het vastgoed. Belanghebbende stelde cassatieberoep in en voerde aan dat de diensten bemiddeling bij aandelenoverdracht betroffen, waarop de btw-vrijstelling van toepassing is.
De Hoge Raad stelt dat Nederland geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om aandelen in vastgoedvennootschappen als onroerend goed aan te merken voor de omzetbelasting. De aard van de prestatie moet objectief worden beoordeeld en niet worden bepaald door de bedoeling van partijen. De Hoge Raad concludeert dat belanghebbendes diensten bemiddeling bij aandelenoverdracht zijn en niet bemiddeling bij onroerende zaken. Daarmee is de btw-vrijstelling voor handelingen inzake effecten van toepassing.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt het arrest van het Hof. De zaak wordt verwezen naar het Hof voor verdere behandeling in overeenstemming met dit oordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de diensten van belanghebbende bemiddeling bij aandelenoverdracht zijn en verklaart het cassatieberoep gegrond.