1 Zie een proces-verbaal nummer 2007150906-2, op 13 juni 2007 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (doorgenummerde p. 10-11). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten voornoemd of van één of meer van hen, p. 10.
2 Zie het proces-verbaal nummer 2007150906-20, op 20 juni 2007 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (doorgenummerde p. 8-9). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [betrokkene 1], p. 9: "Hierover wil ik nog mededelen dat de week voor de inbraak (op zaterdag 2 juni; PV), ik denk dinsdag, mijn ramen door een glazenwasser geheel zijn gereinigd."
3 Zie het zich bij de stukken van het geding bevindende proces-verbaal van relaas, met proces-verbaalnummer 2007150906-1, op 21 juni 2007 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9], p. A onder Technisch onderzoek: "De sporen zijn aangetroffen op een raam op ongeveer 2.5 meter boven de grond op een plaats waar een persoon alleen kan komen door op het kozijn te klimmen."
4 Proces-verbaal van de terechtzitting van 2 augustus 2007, p. 4. Op pagina 3 verklaart verdachte eveneens: "Ik ga vaak naar mijn zus die in Slotervaart woont. Toen ik een keer naar haar liep, hoorde ik dat mijn naam werd geroepen vanuit een woning. Dit alles was na 21 april 2001 en niet op 1 of 2 juni 2007." Ter terechtzitting in hoger beroep van 8 januari 2009 verklaart verdachte: "Ik ben wel een keer langs die woning gelopen, dat was na 21 april 2007. Ik liep toen langs dat pand en hoorde mijn naam roepen. Omdat ik nieuwsgierig was wie mij riep ben ik op de vensterbank geklommen. Op die manier kon ik beter zien waar het geluid vandaan kwam. Omdat ik niemand zag ben ik meteen weer weggegaan. Ik ben toen niet in die woning geweest."
5 Ik merk op dat in cassatie tegen het gebruik van die verklaring van de medeverdachte naar kan worden aangenomen tijdens eigen berechting in eerste aanleg geen bezwaar wordt gemaakt. De betrokkenheid van de medeverdachte komt overigens in de bewijsconstructie voldoende tot uitdrukking in de bewijsmiddelen.
6 Vgl. de Hullu, 'Materieel Strafrecht' (4de druk), p. 442. waarin hij verwijst naar: HR 6 juli 2004, LJN:AO9905, NJ 2004/443, HR 12 november 1996, LJN:ZD0574, NJ 1997/190 en HR 20 januari 1998, LJN:ZD0902, NJ 1998/426.
7 Na navraag bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam is het desbetreffende uittreksel van verdachte alsnog aan de Hoge Raad toegezonden. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte bij onherroepelijk vonnis van de Politierechter te Amsterdam van 11 september 2008 is veroordeeld ter zake van een (poging tot) diefstal uit een woning door twee of meer verenigde personen gepleegd op 4 juli 2008. Het uittreksel betreffende medeverdachte [medeverdachte] bevindt zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken.
8 Zie HR19 januari 2010, LJN:BK2880, NJ 2010/475 m.nt. Reijntjes.