ECLI:NL:PHR:2011:BO4029
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens tijdige kennisname dagvaarding niet bewezen
In deze zaak werd de verdachte door het hof niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat het hof oordeelde dat verdachte tijdig op de hoogte was van de strafzitting in eerste aanleg. Dit oordeel was gebaseerd op een memo waarin stond dat verdachte telefonisch contact had gehad met een administratief medewerker en had aangegeven een kopie van de ontnemingsvordering te hebben ontvangen. Het hof concludeerde hieruit dat verdachte ook bekend was met de dag van de terechtzitting van de strafzaak.
De Hoge Raad stelt echter vast dat uit de memo niet blijkt dat verdachte daadwerkelijk op de hoogte was van de dagvaarding of de datum van de strafzitting. De memo vermeldt slechts dat verdachte een kopie van de ontnemingsvordering ontving en dat hij telefonisch contact had over zijn situatie, maar niet dat hij wist wanneer de strafzaak zou worden behandeld.
Daarom is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd en niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep. Er zijn geen andere gronden gevonden om het arrest te vernietigen.
De zaak betreft de ontvankelijkheid in hoger beroep en de juiste vaststelling van kennisname van de dagvaarding en zittingsdatum door verdachte. De Hoge Raad benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij niet-ontvankelijkverklaring op basis van vermeende tijdige kennisname.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het hoger beroep.