ECLI:NL:PHR:2011:BO4030
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens ontoelaatbare beperking hoger beroep
In deze zaak heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat het hoger beroep niet was ingesteld tegen de beslissing van de politierechter op de vordering tot tenuitvoerlegging, wat volgens het hof niet toegestaan is onder artikel 407 Sv Pro. Het hof oordeelde dat deze beslissing niet als een 'gevoegde zaak' kon worden beschouwd en dat het hoger beroep daarom niet op de juiste wijze was ingesteld.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde dat deze niet-ontvankelijkverklaring onbegrijpelijk was. De fout lag bij de raadsman van de verdachte die een ontoelaatbare beperking aan het hoger beroep had toegevoegd. De Hoge Raad benadrukt dat een verdachte geacht wordt het openstaande rechtsmiddel te willen gebruiken en dat fouten van de raadsman niet ten koste van de verdachte mogen komen.
Verder wees de advocaat-generaal erop dat het hof voorbij had kunnen gaan aan de fout door de beperking als niet geschreven te beschouwen, zeker omdat de raadsman dit ook had verzocht en het Openbaar Ministerie geen bezwaar maakte. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor nieuwe berechting zonder de ontoelaatbare beperking.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte instellingsvereisten bij hoger beroep en de mogelijkheid om fouten in de procesvoering te herstellen om toegang tot de rechter niet onnodig te beperken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting zonder de ontoelaatbare beperking van het hoger beroep.