ECLI:NL:PHR:2011:BO4060
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte verdachte
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage de verdachte bij verstek veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift. De verdachte was wegens een operatie aan zijn bovenkaak verhinderd om op de terechtzitting te verschijnen en verzocht om aanhouding van de behandeling. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat de verdachte naar de zitting had kunnen komen en dat mondeling of schriftelijk verweer mogelijk was.
De Hoge Raad stelt dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte, zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro, in beginsel meebrengt dat aan een aanhoudingsverzoek wegens ziekte moet worden voldaan om de verdachte de mogelijkheid te geven aanwezig te zijn. Echter kan het belang van een behoorlijke strafvordering, waaronder een redelijke termijn, zwaarder wegen. De rechter moet het verzoek zorgvuldig beoordelen en mag van de verdachte bewijs verlangen ter onderbouwing.
In deze zaak was het aanhoudingsverzoek voldoende onderbouwd met een medische verklaring waaruit bleek dat de verdachte moeilijk kon spreken na een recente operatie. Er waren geen eerdere verzoeken gedaan en het belang van een snelle afdoening werd niet concreet aangetoond. Daarom kon het hof het verzoek niet afwijzen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Daarnaast wordt het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte bewust was van het valselijk opmaken van geschriften verworpen, omdat het hof voldoende bewijs had voor het opzet.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onjuiste afwijzing van het aanhoudingsverzoek wegens ziekte.