ECLI:NL:PHR:2011:BO5235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting wegens onjuiste schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde na een diefstal van een laptop uit een auto te Eindhoven. Het hof had het voordeel geschat op fl. 2000,-, terwijl de gemiddelde opbrengst van een gestolen laptop op fl. 1000,- werd gesteld. De schatting van het hof was mede gebaseerd op afgeluisterde telefoongesprekken die echter niet in de bewijsvoering waren opgenomen.
De advocaat van de veroordeelde stelde cassatie in tegen deze schatting, stellende dat het hof onbegrijpelijk had gehandeld door het voordeel hoger te schatten dan bij vergelijkbare feiten. De Procureur-Generaal stelde dat het hof bij zaak 40 geen beschikking had over afgeluisterde gesprekken en daarom een algemene schatting hanteerde, terwijl bij zaak 16 wel concrete gegevens beschikbaar waren.
Desalniettemin concludeerde de Procureur-Generaal dat de afgeluisterde gesprekken niet onomstotelijk aantonen dat de laptop daadwerkelijk fl. 2000,- had opgebracht en dat het hof mogelijk een misslag had begaan. Om verdere procedures te voorkomen, stelde hij voor dat de Hoge Raad zelf de schatting zou corrigeren en de betalingsverplichting zou verminderen.
De Hoge Raad volgt deze conclusie, vernietigt het arrest van het hof en vermindert de betalingsverplichting van de veroordeelde met € 226,89 tot een totaal van € 2042,01, welke aan de Staat toekomt.
Uitkomst: Betalingsverplichting verminderd tot € 2042,01 na vernietiging arrest hof wegens onjuiste schatting.