ECLI:NL:PHR:2011:BO5251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig ingesteld beroep na geldige betekening dagvaarding
In deze zaak werd verdachte door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij verstek veroordeeld wegens diefstal en werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Verdachte werd in hoger beroep gedagvaard, waarbij de dagvaarding persoonlijk aan hem werd uitgereikt in de Penitentiaire Inrichting 'Torentijd'. Hoewel verdachte de ontvangstakte niet tekende, werd vastgesteld dat de betekening rechtsgeldig was.
De kernvraag was of de dagvaarding rechtsgeldig aan verdachte was betekend, zodat de termijn van veertien dagen voor het instellen van cassatieberoep zou lopen. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding wel degelijk in persoon was uitgereikt, ondanks het ontbreken van een handtekening, omdat verdachte niet geweigerd had de dagvaarding in ontvangst te nemen.
Omdat het cassatieberoep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld, werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening na geldige betekening van de dagvaarding.