ECLI:NL:PHR:2011:BO5251

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03124
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432.1 SvArt. 588.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig ingesteld beroep na geldige betekening dagvaarding

In deze zaak werd verdachte door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij verstek veroordeeld wegens diefstal en werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Verdachte werd in hoger beroep gedagvaard, waarbij de dagvaarding persoonlijk aan hem werd uitgereikt in de Penitentiaire Inrichting 'Torentijd'. Hoewel verdachte de ontvangstakte niet tekende, werd vastgesteld dat de betekening rechtsgeldig was.

De kernvraag was of de dagvaarding rechtsgeldig aan verdachte was betekend, zodat de termijn van veertien dagen voor het instellen van cassatieberoep zou lopen. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding wel degelijk in persoon was uitgereikt, ondanks het ontbreken van een handtekening, omdat verdachte niet geweigerd had de dagvaarding in ontvangst te nemen.

Omdat het cassatieberoep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld, werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de veroordeling in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening na geldige betekening van de dagvaarding.

Conclusie

Nr. 09/03124
Mr. Hofstee
Zitting: 16 november 2010
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoeker bij arrest van 30 juni 2009 wegens diefstal bij verstek veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en daarbij aan verzoeker een schadevergoedingsmaatregel, subsidiair vervangende hechtenis, opgelegd, een en ander zoals in het bestreden arrest staat vermeld. Ten slotte heeft het hof de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging toegewezen en de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Middelburg van 26 mei 2004 opgelegde voorwaardelijke straf gelast, en daarbij de opgelegde acht weken jeugddetentie vervangen door evenzoveel weken gevangenisstraf.
2. Namens verzoeker heeft mr. E. Maessen, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingezonden houdende vijf middelen van cassatie.
3. Alvorens deze middelen te kunnen bespreken, dient in casu te worden onderzocht of verzoeker kan worden ontvangen in zijn beroep.
4. Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn toegezonden bevindt zich - voor zover hier relevant - een akte van uitreiking inhoudende dat op 8 mei 2009 om 16.30 uur in de Penitentiaire Inrichting 'Torentijd' te Middelburg aan de uit anderen hoofde gedetineerde verzoeker de bijbehorende gerechtelijke brief (te weten de dagvaarding van verzoeker in hoger beroep om op 30 juni 2009 te verschijnen voor het gerechtshof te 's-Gravenhage) in persoon aan hem is uitgereikt. Voormelde akte vermeldt voorts de volgende door een medewerker van de betreffende penitentiaire inrichting met pen geschreven opmerking: "Wel uitgereikt, niet getekend!". Het hof heeft op 30 juni 2009 verstek verleend tegen de niet verschenen verzoeker en hem op dezelfde datum veroordeeld zoals hiervoor onder 1 is weergegeven. Blijkens de akte cassatie is namens verzoeker op 6 augustus 2009 beroep in cassatie ingesteld tegen 's hofs arrest.
5. De vraag is dus of de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen aan verzoeker in persoon is betekend. Wordt deze vraag bevestigend beantwoord, dan had het beroep in cassatie binnen veertien dagen na de einduitspraak moeten zijn ingesteld (art. 432, eerste lid, aanhef en sub a, Sv).
6. Naar mijn oordeel brengt het feit dat de akte van uitreiking de opmerking vermeldt dat de dagvaarding wel is uitgereikt maar niet is getekend, mee dat sprake is van een geldige betekening van die dagvaarding in persoon. Anders dan in het arrest HR 4 december 2007, LJN BA7912, NJ 2008, 18, heeft verzoeker blijkens voornoemde opmerking niet geweigerd de dagvaarding in ontvangst te nemen, maar slechts de akte van uitreiking om hem moverende redenen niet willen tekenen (voor ontvangst). Onder deze omstandigheid kan het - mijns inziens - ervoor worden gehouden dat verzoeker, aan wie de dagvaarding in persoon is uitgereikt in die zin dat deze daadwerkelijk aan hem ter hand is gesteld, van de inhoud van die dagvaarding op de hoogte was en derhalve tevoren bekend was met de dag van de terechtzitting.
7. Nu het beroep in cassatie door of namens verzoeker niet binnen veertien dagen na 's hofs arrest werd ingesteld, dient verzoeker niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
8. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G